Overzicht Artikelen
Niet arrogant doen tegen Vlaanderen - Nederland moet nadenken over de gevolgen van een gesplitst België, zoals samenwerking met Vlaanderen. Alarmerende koppen sierden de Belgische kranten de laatste maanden. Inmiddels wordt het ’befaamde’ kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde door de Vlamingen ’eenzijdig’ gesplitst. Bovendien zijn aan beide zijden van de taalgrens media en burgers uiterst pessimistisch over de kansen van de formatie van een regering van christendemocraten en liberalen. Een splitsing van België en zelfs een aansluiting van Wallonië bij Frankrijk zou wel eens een reëel alternatief kunnen worden. Wellicht blijft de geest in de fles en vinden politici een oplossing, maar de vraag doemt sterk op of Nederland ’gereed’ is voor een onafhankelijk Vlaanderen. Als we Didier Reynders mogen geloven, de Waalse hoofdonderhandelaar, wordt hij door de Franse president Sarkozy nu en dan bevraagd over de gang van zaken. Signalen uit Paris zijn kennelijk welkom in Namur (Namen). Het is logisch dat de Vlaamse politici in Antwerpen en Brussel daarentegen niet zitten te wachten op allerlei betuttelende Hollandse bespiegelingen over hun land. De relatie tussen Vlamingen en Hollanders is met meer gevoeligheden omkleed. Tegelijkertijd ligt er echter een duidelijk Nederlands belang om in ieder geval rekening te houden met een mogelijk scenario van een onafhankelijk Vlaanderen. Dat scenario heeft immers consequenties waar Nederland over zal moeten nadenken. Bijvoorbeeld in de sfeer van samenwerking met de huidige verdragspartner België, in zowel Benelux- als EU-verband. Maar ook een herziening van een geopolitieke doelstelling waar Nederland in ieder geval sinds stadhouder Willem III mee begaan was. Nederland heeft nooit een directe buurman van Frankrijk willen zijn. Met het verdwijnen van België en een integratie van Wallonië in Frankrijk zou Nederland inderdaad in de buurt van Maastricht grenzen aan Frankrijk. Is dat bezwaarlijk? Dat hoeft niet. De verstandhouding met EU-partner Frankrijk is prima en bovendien grenzen we al jaren aan elkaar op Sint-Maarten.
President Sarkozy zal zich goed realiseren dat een onafhankelijk Wallonië zich mogelijk zal aansluiten bij Frankrijk. Dat zou hem meteen een ongekend prestige opleveren in Frankrijk en een relevante winst aan stemmen en zetels binnen de EU. Vlaanderen is echter Wallonië niet. Een integratie zoals tussen Wallonië en Frankrijk lijkt in het geval van Nederland en Vlaanderen onwaarschijnlijk. Vlaanderen is de laatste jaren een zelfbewuste, economisch succesvolle natie geworden. Dat succes zullen de Vlamingen niet willen inruilen voor een ongewis avontuur met een groter en momenteel onzeker Nederland. Een onafhankelijk Vlaanderen biedt echter ook kansen aan Nederland. De dynamiek van Vlaanderen zou een bron van inspiratie kunnen zijn. Een paar jaar geleden werd al eens geput uit Vlaamse voorbeelden met betrekking tot innovaties in onderwijs en zorg via de site www.belgendoenhetbeter.nl . Nederland en Vlaanderen delen taal en cultuur. Dat zou de basis kunnen zijn van een hernieuwd Benelux-verdrag, zeg maar een ’VlaNed-overeenkomst’. Beiden hebben veel te winnen bij verdere economische samenwerking en het achter ons laten van lokale kinnesinne. Laten we gezamenlijk de poort van Europa worden: VlaNed als de gateway to Europe, bijvoorbeeld voor Chinese bedrijven. En om iets te kunnen bereiken binnen de grote EU helpt het als Vlaanderen en Nederland samen hun strategie bepalen ten opzichte van de Unie. Met 23 miljoen inwoners en de zesde positie in Europa wat betreft bruto nationaal product bereik je nu eenmaal meer in Europa dan afzonderlijk. Nieuwe samenwerking begint echter met een hernieuwde kennismaking.
Een initiatief om elkaar eens de nieren te proeven zou van Nederland kunnen komen, dat zal moeten leren om zijn soms hautaine houding ten opzichte van de Vlamingen te laten varen. Nodig om te beginnen eens de Vlaamse top van de politiek en het bedrijfsleven uit voor een weekend op een mooie Limburgse hoeve. Nederland zou Vlaanderen wellicht ook een dienst kunnen bewijzen door Frankrijk duidelijk te maken dat een onafhankelijk Vlaanderen een volwaardige co-partner zal moeten zijn in Brussel en dat er niet te tornen valt aan de Vlaamse grenzen rondom Brussel-Halle-Vilvoorde. Omgekeerd hoeft Brussel niet bevreesd te zijn dat het economisch geremd zal worden door de huidige grenzen. De Vlamingen hebben immers alle belang bij een bloeiende euregio rondom Brussel. Of zullen de politici in België toch een ander scenario willen schrijven?
Alwin de Jong, lid van het CDA en actief binnen de CDA-dertigers Geplaatst in Trouw 09-11-2007, pagina de Verdieping/Podium (2-08), en tevens in De Standaard, op 13-11-2007
Een nieuw seizoen en het verdwijnen van de ABN-AMRO, een instituut. Van dingen die komen en gaan. Op sommige vlakken lijken de dingen de laatste tijd vooral te gaan. KLM ging en nu lijkt ABN-AMRO ook te gaan. Ik ben zelf overigens geen rekeninghouder van de ABN-AMRO en neem ook geen andere producten af van deze bank. Evengoed ben ik toch bevangen door een sentiment dat me influistert dat het verdwijnen van deze grote bank, met z’n stevige wortels in Amsterdam, niet goed is. De laatste keer dat ik een dergelijk sentiment ervoer, was met het verdwijnen van Fokker. Nou sprak Fokker bij mij ook echt tot de verbeelding. Vliegtuigen hebben altijd iets spannends gehad, wat je niet echt kunt zeggen van bankrekeningen, hypotheken of verzekeringen. Maar toch...ABN AMRO is een echt Amsterdams instituut dat voorkomt uit de Nederlandsche (mooi, met –sch) Handelsmaatschappij en een traditie heeft van eeuwen. Evengoed, wellicht is mijn sentiment vooral gebaseerd op een gevoel voor traditie en heeft het weinig met de logica van de werkelijkheid te maken. Of zit het toch wat anders? ABN-AMRO heeft ongetwijfeld een aantal strategische blunders gemaakt de laatste jaren, maar dat deze moesten leidden tot de logica dat de bank dus niet meer verder zou kunnen, blijft mij bevreemden. Dat heeft iets met aandeelhouders en aandeelhouderswaarde te maken, schijnt het. Nu weet ik dat aandeelhouders begrijpelijkerwijze vooral geïnteresseerd zijn in stijgende koersen van hun aandelen en weet ik ook dat stijgende koersen, onder meer, iets te maken hebben met verwachtingen over winstgroei. En dus zijn beursgenoteerde bedrijven zeer gedreven om hun winsten te vergroten. Daar hoeft niets mis mee te zijn, want deze logica betekent ook dat er een (competitieve) prikkel is voor bedrijven om te willen presteren, bijvoorbeeld door betere producten en diensten voor hun klanten te introduceren, oftewel door te innoveren. Groei is dus noodzakelijk, maar zijn er dan ook grenzen aan de groei? Groei kan worden bereikt door andere banken over te nemen, zoals ABN AMRO in Italië deed met de overname van Antonveneta. Maar dat kan dus ook betekenen dat een andere bank in zijn wil om te groeien ABN AMRO op zijn beurt overneemt…toch?! En daar komt bij mij toch twijfel om de hoek kijken. Banken zijn niet zomaar bedrijven. In zekere zin lijken banken op nutsbedrijven, zoals energiebedrijven of het waterbedrijf. Immers, zonder een bankrekening wordt het leven wel erg lastig. Grote banken zijn bovendien de bedrijven die vaak andere bedrijven te hulp schieten als deze in moeilijkheden verkeren. Denk daarbij in het verleden aan DAF Trucks, Ahold of KPN. ABN-AMRO was een belangrijke leverancier van noodkredieten aan deze bedrijven. Natuurlijk, de hulp van zo’n bank is niet een vorm van liefdadigheid, want uiteindelijk moet zij gewoon worden terugbetaald. Maar dit soort kredieten worden wel degelijk vanuit een soort (politiek) sentiment verstrekt. De bankier (ABN) en de kruidenier kennen elkaar (Ahold) en er wordt vervolgens afgesproken en druk getelefoneerd. Politici bellen tegelijkertijd met beide partijen en uiteindelijk ontstaat een deal waardoor, in dit geval, Ahold op de been kon blijven. Dat is belangrijk, want het gaat hier om duizenden banen. En zou een bank als Barclays datzelfde (politiek) sentiment laten zien vanuit Londen voor een noodlijdend Nederlands bedrijf? Ik denk het niet. Notabene, het gaat hier niet om noodlijdende bedrijven die niet meer het hoofd boven water kunnen houden, zonder aan een infuus te liggen bij een bank. Het gaat om bedrijven die tijdelijk in een moeilijke situatie verkeren, bijvoorbeeld door mismanagement, maar die door het slikken van een pil (een financiële injectie), weer gezond worden, zoals we hebben kunnen zien bij Ahold. Maar goed, zou je kunnen zeggen; heeft ABN AMRO dan wel een dergelijk sentiment voor bijvoorbeeld een gemiddeld Italiaans bedrijf dat in moeilijkheden verkeert, via z’n dochter Antonveneta? Inderdaad, waarschijnlijk ook niet. Maar, beste mensen, Antonveneta was de 8e bank in Italië. Italië heeft dus genoeg grote banken over om te hulp te kunnen schieten. ABN AMRO daarentegen, strijdt met ING om de positie van grootste bank van Nederland. Die vergelijking gaat dus niet op. In zekere zin zijn er dus inderdaad grenzen aan de groei voor het type bedrijven als banken, ook los van het voorkomen van monopolies. Zolang er nationale staten zijn, zullen deze strategische sectoren onderscheiden, zoals de energiemarkt en het bancaire wezen, omdat deze fundamenteel zijn voor het economisch functioneren en/of welbevinden van een samenleving. En nationale staten, of landen, zullen omwille van dit maatschappelijk belang dus altijd beschermingsclausules creëren voor bepaalde typen bedrijven. Dergelijke clausules beperken inderdaad de groeimogelijkheden voor sommige bedrijven, doordat ze overnames onmogelijk maken. Maar deze clausules betekenen nog niet dat groei onmogelijk wordt. De mogelijkheden worden minder legio, maar er blijven wel mogelijkheden. In zekere zin worden banken hierdoor zelfs uitgedaagd om creatiever te worden in hun ambitie tot groei, doordat zij deze groei op andere plekken moeten zien te bereiken, dan via een (relatief) voor de handliggende overname van een andere bank. Innovatie door middel van regelgeving heet dat ook wel. Overigens lag er in Nederland toch nog een schaalsprong voor het oprapen, namelijk een fusie tussen ING en ABN-AMRO. Een fusie die zou hebben geleid tot een echte nationale kampioen. Naar mijn mening het beste scenario, zeg ik ook als oud-ING-er. Volgens de Volkskrant van 22 september is deze optie mislukt door moeilijkheden op persoonlijk vlak tussen een aantal bestuurders van deze beide bedrijven en door gebrek aan massage vanuit de politiek. De Volkskrant wijt dit vooral aan Gerrit Zalm, nog in zijn rol als minister van Financiën en aan onze premier Jan Peter Balkenende. Dat vond ik een erg gemakkelijk verwijt. Volgens mij lag hier juist een voor de handliggende rol voor de Amsterdammer Wim Kok, die immers commissaris is bij ING, oud-minister van Financiën en goed bekend is met en bij ABN-AMRO. Recentelijk blijkt dat opkomende economieën als India, China en ook Rusland maar al te graag via hun eigen, vaak staatsgefinancierde of zelfs staatsgeleide, ondernemingen, Europese bedrijven willen overnemen. De Europese Unie heeft in reactie hierop aangegeven na te denken over de herinvoering van het zogeheten gouden aandeel voor bedrijven in strategische sectoren. Nu denkt de Europese Unie uiteraard vooral na over het gemeenschappelijke Europese belang. Maar ook binnen de Europese Unie kent Nederland zijn eigen belangen, in de vorm van een aantal strategische sectoren. ABN AMRO is een grote bank, die stevig is geworteld in Amsterdam en omgeving en waar veel mensen direct of indirect werkzaam zijn. Het is bovendien een bank, die als een ‘vliegende keep’ te hulp kan schieten als het eens een keertje nodig is. Kortom, typisch een bank met een groot strategisch belang voor Amsterdam en Nederland. “Je kunt de regels niet veranderen tijdens het spel”, meldde onze minister van Financiën, Wouter Bos, onlangs. Daar zit natuurlijk iets in, net zo goed als in “nood breekt wet”. De waarschijnlijke overname van ABN-AMRO door het consortium van banken in de komende maanden en de daaropvolgende splitsing gedurende de jaren 2008-2009, is inmiddels omgeven door een aantal waarborgen die alsnog de zogeheten verklaring van geen bezwaar ongedaan kunnen maken. Ik ga er vanuit dat Wouter Bos parallel aan dit traject prima in staat zou moeten zijn om, zoals de Fransen dat immers ook altijd kunnen (en doen!), een aantal alternatieve scenario’s te creëren, dan wel achter de hand te houden voor het geval dat. Het “splitsingsspel” rondom ABN-AMRO kent geen enkel precedent, ook internationaal niet. Kortom, het staat vrij om ruimte te zoeken voor “spelregels” of om te masseren daar waar dit zou kunnen helpen. Het lijkt mij dan ook dat de logica van de werkelijkheid vaak dat is wat men er zelf van wil maken….Me dunkt dat m’n sentiment toch meer is, dan louter een gevoel voor traditie… Alwin de Jong Lid Sluizergroep en lid Stichtingsbestuur Deze bijdrage is eind september ook geplaatst in Amsterdams Peil, de periodiek van CDA-Amsterdam
|